Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
Erwin schrijft

Erwin schrijft

Verhalen in een notendop, confessies uit de boudoir, curiositeiten, statements, woede en liefde.

The sensual world of Erik L.

The sensual world of Erik L.

Dit stuk is geïnspireerd op alle nummers uit “The Sensual World” van Kate Bush.

Inleiding.

De eerste kennismaking met Erik L. was vrij banaal. Mensen ontmoeten elkaar vaker en ondanks de banaliteit van onze ontmoeting, schrijven de meeste mensen een bepaalde magie toe aan wat voor hun een eerste ontmoeting is. Onze ontmoeting hield geen enkele magie in, temeer omdat we na die eerste ontmoeting elk zijn eigen weg zijn gegaan. Na die eerste kennismaking heb ik ook niet meer aan Erik L. gedacht en heb me bezig gehouden met de dingen die vlak voor onze ontmoeting aan de dag waren.

Waarom ontmoet iemand een ander iemand? Zijn daar redenen voor? In hoeverre kan één enkele ontmoeting een definitieve ontmoeting zijn? Betekent dat dat er nadien geen ontmoetingen van dezelfde aard meer plaatsvinden? Zeker niet. De mens is eenzaam en hulpeloos geboren en ervaart dat als onprettig. Het is vrijwel uitgesloten dat twee mensen die elkaar ontmoeten met niemand anders meer dan met elkaar omgaan, juist omwille van het eenzame karakter van de mens.

Na de ontmoeting met Erik L. heb ik me bezig gehouden met de dingen die ook voor de eerste ontmoeting mijn aandacht eisten. Ik werkte aan een toneelstuk dat uiteindelijk een dansstuk is geworden (“Dancetaria”) en ik werkte ’s avonds om de huur te betalen en te kunnen voorzien in eten en drank. Het was dus niet uitgesloten dat ik na onze eerste kennismaking iemand kon ontmoeten voor de eerste keer gezien mijn uitgebreid sociaal netwerk maar dat is niet gebeurd. Het is ook uitgesloten dat ik bij de eerste ontmoeting met Erik L. meteen mijn onvoorwaardelijke liefde gesteld zou hebben omdat ik, juist door het beginsel van de eenzaamheid bij de mens, de mogelijkheid op een andere eerste kennismaking met iemand anders dan Erik L. openliet.

Onvoorwaardelijke liefde bestaat niet echt. Het is een gedachte waarin wij troost vinden om de ondraaglijkheid van eenzaamheid te kunnen verdragen. In onvoorwaardelijke liefde, in onvoorwaardelijke “ik hou van jou en alleen van jou voor heel mijn leven” hebben we eigenschappen als “trouw”, “vriendschap”, “liefde”, en “van mij alleen” gelegd om te kunnen overleven in een verbond, een unie die we ongegrond ‘relatie’ noemen – ongegrond omdat elke vorm van verbond een relatie is. De gedachte van de onvoorwaardelijke liefde plaatsen we spontaan onder de noemer “gevoelens” omdat het anders voor ons moeilijk is te geloven in de onvoorwaardelijke liefde en in gevoelens geloven we altijd. Bijvoorbeeld zoals ik “ik heb het gevoel dat..” en “ik heb hier een slecht voorgevoel bij”, waar we dan onze rationele beslissingen van laten afhangen. Zonder gevoelens geen rede. Onvoorwaardelijke liefde bestaat slechts in een abstracte wereld met voorwaarden (zoals trouw, vriendschap, liefde en van mij alleen). Daarom geloven we graag in de liefde en het feit dat geloven in de liefde louter berust op een valse gedachte (de voorwaarden van gevoelens), maakt het ons vrij gemakkelijk om erin te geloven. Een beetje zoals geloven in Sinterklaas en de Kerstman. We geven niet graag toe aan de zwakte om ons te laten leiden door ons weinig aangeboren instinct en onvoorwaardelijke liefde te koesteren voor iedereen die er leuk uitziet of die bepaalde positieve eigenschappen heeft. De situatie van eenzaamheid waarin we van dag één beleven weegt zwaar door op een mensenleven. Juist daarom moet de illusie van “ik hou van jou” gecreëerd worden om onszelf te beschermen. De eenzaamheid waarmee we geboren zijn is ondraaglijk, pijnlijk en niet prettig.

Stel dat je iemand leert kennen die heel goed bij je past. Na een tijd leer je opnieuw iemand kennen die ook wel bij je past. Stel dat je voor die tweede persoon kiest. Na een verloop van tijd gaat het niet goed en je houdt het voor bekeken. Geen paniek, denk je, er zijn er nog. Stel dat er dan niemand meer komt opdagen. Al van het begin heb je een handicap : je eenzaamheid. Maar met de jaren komen daar ook andere hindernissen bij : niet alleen je leeftijd maar ook je visie op de maatschappij en de mensen maar evenzeer de maatschappij zelf die voortdurend in verandering is en die verandering heeft ook effect op jouw kijk naar de wereld. Dat alles weegt. Daarom kiezen de meeste mensen ervoor te geloven in de dingen die op een bepaald moment standvastigheid bieden eerder dan op zoek te blijven gaan naar meer, naar anders, naar beter, naar iets verschillends. Geloven in één iemand, een vlucht van de onprettige eenzaamheid (we zijn niet graag alleen dus zullen we maar met iemand optrekken), zichzelf beschermen in de leugen van een relatie lijkt ironisch genoeg nog steeds het beste voor de in eenzaamheid geboren mens.

Eén enkele ontmoeting is geen garantie voor het leven. Het leven dat we door middel van onechte geloften toch ervaren als gelukkig, ondanks het eenzaam karakter, biedt geen enkele garantie. Niet de gelofte van een relatie, niet een huwelijk. De liefde loert voortdurend op ons bestaan. We weten dat en we zijn daar bang van geworden dus gaan we ons beschermen tegen iets wat natuurlijks is : iemand ontmoeten. Juist omwille van die eenzaamheid en het vechten tegen meerdere ontmoetingen geloven we in slechts één liefde. De ware. De juiste. De onvoorwaardelijke.

Ik geloof in de liefde maar ik durf niet te geloven in de onvoorwaardelijke liefde hoezeer ik dat ook zou willen. De onvoorwaardelijke liefde schat ik hoog, bijna heilig. Waar heiligen mee gemoeid zijn, speelt de duivel mee. Onvoorwaardelijke liefde lijkt me een belevenis op je laatste dag op Aarde. Wanneer je weet dat je er morgen niet meer zal zijn. Wanneer je dan tegen iemand zegt : “ik hou van jou en alleen van jou”. Eén ander en plots gevoel van verliefdheid, veroorzaakt door een ontmoeting van welke aard ook, kan onmiddellijk de onvoorwaardelijke liefde in twijfel trekken.

The thrill : deel 1.

Mijn eerste kennismaking met Erik L. was, zoals ik ze al beschreven heb, vrij banaal. Op zich was deze eerste kennismaking echter bijzonder : ze was gebeurd in mijn bestaan en ik kon er niet omheen. Ik maakte deel uit van de cast. Een ontmoeting in een mensenleven is onvermijdelijk een heeft altijd een staartje van een uur, een morning after, een paar dagen, enkele jaren… Toch was de ontmoeting met Erik L. niet te verwaarlozen. De geschiedenis had ze geschreven en daarmee gingen we verder. Ook al zette ik mijn verplichtingen die voor onze ontmoeting aan de gang waren verder. Er was geen sprake van liefde. Was het dan louter aantrekkingskracht? Er werd mij een glas aangeboden door een onbekend iemand waarvan ik later zou vernemen dat hij Erik L. heette. Ik heb het glas aanvaard, uit beleefdheid, niet om duidelijk te maken dat ik geïnteresseerd zou zijn in de tot nu toe onbekende man. Er was geen sprake dat ik door het aanvaarden van dat glas zou instemmen om met Erik L. te gaan slapen, seks te hebben en later misschien mijn onvoorwaardelijke liefde te geven en zijn onvoorwaardelijke liefde af te dwingen. Onze eerste ontmoeting was louter banaal en alledaags. Maar ze was er, ze stond al een tijdje geschreven en op het ogenblik waarop ze gebeurde, kon ik er niet omheen. Erik raakte me aan. Ik veronderstel dat voor Erik L. deze eerste ontmoeting berustte op fysieke aantrekkingskracht.

Waarom wou Erik L. mij ontmoeten in een zaal van een vijftigtal andere potentiële ontmoetingen? Was hij dronken? Neen. Had hij deze ontmoeting nodig om zin te geven aan zijn leven? Niet echt maar als ik het feit dat Erik L. geen moeite had om iemand aan te spreken even vergeet, kan ik stellen dat hij behoefte had aan iemand, wat zijn motief ook moge geweest zijn. Ondanks zijn spraakvaardigheden dwong hij zichzelf tot een gesprek met iemand. De mens is van nature eenzaam, Erik L. is dat ook. Ook bij Erik L. vinden eerste ontmoetingen plaats, ook al lijken die soms banaal te zijn.

Voor mij staat het vast : op 3 mei 1989 had Erik L. behoefte aan een ontmoeting omdat hij om de een of andere reden eenzaam was die niet toe te schrijven was aan de vanzelfsprekende eenzaamheid die we, naarmate we ouder worden, in zekere mate kunnen beheren. Neen, Erik L. had een motief.

Wat was ik op 3 mei 1989? Moe, eenzaam en met behoefte iemand te leren kennen die wat zin en richting kon geven aan mijn leven. Ik hoef niet verder uit te weiden : in een ruimte met een vijftigtal mensen lopen Erik L. en ik elk met een eigen motief eenzaam te zijn en daardoor in zekere mate voorbestemd elkaar te ontmoeten. Ondanks haar banaal karakter, was de eerste kennismaking met Erik L. voorbestemd en in enig opzicht noodzakelijk : de eenzaamheid viel zwaar op onze schouders. De noodzakelijkheid van deze ontmoeting belangt mij meer aan en wordt later wel duidelijk. Op dit moment van het beschrijf weet ik niet of voor Erik L. dezelfde noodzakelijkheid gold. Allicht wel vermits hij evenzeer een motief had eenzaam te zijn en eenzaam zijn is geen prettig gevoel. Maar in dit stadium weet ik dat nog niet.

Er was geen sprake van betovering. De eerste ontmoeting had plaats gevonden en hoewel ik vroeg op de avond door vermoeidheid ben weggegaan, is deze eerste kennismaking me buiten mijn weten om blijven achtervolgen. Mijn dagdagelijkse taken zetten zich verder, de voorbestemdheid had zich gemanifesteerd en loste onze gezamenlijke eenzaamheid op in een eerste kennismaking die niet zonder gevolg zou blijven.

Ter herinnering.

Het leven biedt geen enkele garantie, in principe kunnen we iedereen lief hebben, er is meer dan één ontmoeting in ons leven. We zijn voortdurend op zoek, tot we de onvoorwaardelijke liefde geven en krijgen, en dan vechten tegen de aanval van de anderen die we lief kunnen hebben, vechten tegen diepgaandere ontmoetingen in ons leven.

Het enige gemis aan onze toevallige ontmoeting – die niet écht toevallig is omdat ze geleid werd door twee identieke motieven, nl. de eenzaamheid – is het zich manifesteren van gebeurtenissen die er mij voortdurend aan zouden herinneren dat ik enkele dagen voordien Erik L. heb leren kennen. Er is mij op 3 mei 1989 niets opgevallen dat mij naar Erik L. zou geleid hebben. De banaliteit van onze ontmoeting wordt daardoor gekenmerkt en maakte misschien juist omwille van die toch wel benadrukte banaliteit veel later indruk op mij.

In die tijd werkte ik veel en ik werkte hard. Om te voorzien in mijn behoefte. Om mijn zelfstandigheid te behouden. Om verdriet te vergeten. Ik werd onderbetaald maar ik moest verder. Ik werkte ’s avonds tot middernacht. Dan begon mijn leven. Iedereen naar huis, ik naar het Brusselse “Rijk der Zinnen” in de Steenstraat. Ik had drank nodig. En mensen. Veel mensen. Hoewel mijn gemoedstoestand voor onze eerste ontmoeting eerder onrustig en verward was, was ik ook meer in staat zinvol materiaal neer te schrijven voor mijn dansstuk, al betekende die ontmoeting met Erik L. niet veel. In die periode moest ik praten, niet alleen na middernacht maar ook met mensen van na middernacht. Ik barstte van ideeën die me veel te onrustig maakten. De verpletterende drang om te schrijven, om te vertellen brandde op mijn huid, op mijn vingertoppen en raasde door heel mijn lijf. De drang werd ondraaglijk. Ik had alleen maar het woord als bakstenen om de muur rondom mij te beschermen tegen een omgeving waarin ik iedere dag leefde. De angst niet te leven maar geleefd te worden. Om me te kalmeren bedronk ik me niet. Ik had seks. Veel seks. Toen al. Seks werkte als een kalmeringsmiddel. Ik werd rustig, ik was voldaan, ik voelde me een held.

The thrill : deel 2.

Enkele dagen na onze eerste ontmoeting kreeg ik van mijn buurman Pascal een uitnodiging om bij hem te komen eten. Nu ja, eten is relatief. Ik heb deze ontmoeting aanvaard omdat ik die avond toch niets in huis had. Ik had ook behoefte gezelschap en aldus aanvaardde ik de uitnodiging. Ik had ook een drang om andere horizonten te verkennen. De noodzakelijkheid om mijn leven een nieuwe richting in te duwen, was een gedachte die mijn hele doen, laten en denken beheerste. Nu nog, hoewel in mindere mate. Vooral het doen is geminderd, het denken daarentegen staat op hetzelfde peil als in 1989. Altijd op zoek naar iets anders, iets nieuws, misschien iets beters maar vooral iets anders. Vreemd genoeg had ik dat niet bij de eerste ontmoeting met Erik L. Hoe kon onze ontmoeting anders louter berusten op pure banaliteit?

Toen ik bij Pascal was uitgenodigd om te gaan eten, was ik eenzaam. Alleen zijn kan ik aan maar eenzaamheid is voor mij ondraaglijk en pijnlijk. In tegenstelling tot de ontmoeting met Erik L. werd de ontmoeting met Pascal gekenmerkt door magie. Pascal was mijn overbuur en we begluurden elkaar regelmatig. Hij had tenslotte het initiatief genomen om me te leren kennen door me uit te nodigen om te komen eten bij hem thuis. De betovering die ik aan het contact met Pascal toekende, was snel verdwenen : de avond zelf waarop ik bij hem ben gaan eten. Ik moet het toegeven maar ik kon toen geen enkel gevoel van liefde of vriendschap meer opbrengen. Zelfs gemakkelijke seks zat er niet meer in. Alsof ik een afkeer had gekregen.

Maar was mijn geest zuiver? Neen. Kende mijn lichaam tintelingen? Ja. Ik verzwijg iets. Het moment waarop ik het huis verliet om bij Pascal te gaan eten, vond zich de tweede ontmoeting met Erik plaats. Deze was niet toevallig maar berekend door voorbestemdheid. Had ik minder lang voor de spiegel gestaan en daardoor vroeger bij Pascal zou zijn gegaan, had Erik L. voor een gesloten deur gestaan en had zich die avond geen tweede ontmoeting hebben plaats gevonden. De magie tussen Pascal en mij had kunnen verder bestaan. Het eten zou gesmaakt hebben en we hadden zeker wilde seks gehad hebben. Maar het puur toeval was hier uitgesloten. Maar er is meer.

Erik L. en ik ontmoetten elkaar op een doordeweekse dinsdagavond in alle banaliteit. We hadden allebei een motief om aangetrokken te zijn door elkaar. Ik was moe en eenzaam en met behoefte iemand te leren kennen. Erik L. was ook eenzaam maar in tegenstelling tot de eenzaamheid die mij overkwam en die vanzelfsprekend was, was Erik L. slechts eenzaam op deze eerste avond. Voor Erik L. berustte het belangrijkste motief louter op fysieke aantrekkingskracht. Het motief van de voortdurende eenzaamheid speelde zeker mee. Maar toch.. het is uitgesloten dat mijn motief dat van de fysieke aantrekkingskracht was omdat Erik L. lelijk was en bij een eerste ontmoeting fysisch niet aantrekt. Maar ook niet afstoot, laat me duidelijk zijn. Ik voldeed misschien aan de normen die Erik L. zich oplegt om seks met iemand te hebben. Ik had niet hetzelfde motief.

Onze tweede ontmoeting was vrij kort. Erik L. kwam me uithalen om te gaan eten maar ik kon niet. Ik was bij Pascal uitgenodigd om te gaan eten. We maakten een afspraak voor de volgende dag. We stemden dus allebei in elkaar terug te zien de volgende dag. Nadat onze afspraak was vastgelegd, gingen we elk onze eigen weg.

Op korte tijd was er veel gebeurd. Voor mij stond een totaal vreemde man die ik weet niet hoe hij aan mijn adres is geraakt en wiens gezicht ik na verloop van tijd kon terugbrengen naar 3 mei 1989. Nochtans toen we aan de deur spraken over een andere afspraak de volgende dag, raakte ik opgewonden door een stille kracht die van Erik L. uitging. Iets overkwam me, ik kon het slechts voelen en niet onder woorden krijgen. Alsof ik niet te dichtbij mocht komen want als ik dat zou doen, kon ik nooit meer weg. Misschien wel weggegooid worden maar nooit zelf weg. De stille kracht van Erik L. was niet onaangenaam wel verleidelijk. Ik zag immers een uitweg voor mijn ondraaglijke eenzaamheid.

Ter herinnering.

Het leven biedt geen enkele garantie, een ontmoeting evenmin. Dat moeten we voortdurend in gedachten houden, tenzij het juist die gedachte is die ons tegenhoudt te geloven in de garantie van het leven en een ontmoeting. De gedachte van de garantie van het leven en de liefde is een leugen en het is eigen aan de mens te geloven in een leugen eerder dan de waarheid onder ogen te zien. Desondanks ging ik akkoord met onze nieuwe afspraak. Op dat moment wist ik niet of de gedachte van de garantie dat Erik L. een goede jongen zou zij en de onvoorwaardelijkheid gelogen was of niet. Wat trok mij aan in Erik L? Het avontuur? Gedeeltelijk wel, alhoewel ik wist dat dat avontuur op de avond van de tweede ontmoeting niet verder kon worden uitgediept omdat ik bij Pascal zou gaan eten. De betovering die ik bij de eerste daadwerkelijke ontmoeting met pascal ervaarde, was echter fel bekoeld en er was alleen nog maar sprake van afkeer en verveling.

Ik kon niet omheen de kracht die vanuit Erik L. ging, alhoewel ik me fysisch noch geestelijk aangetrokken voelde. We hadden nu een soort van band gecreëerd die nog moeilijk los te krijgen zou zijn.

Ik schreef dat het aanvoelde alsof ik niet te dichtbij mocht komen want anders zou ik het – of Erik L. – niet meer kunnen loslaten. Betekent dat niet dat ik het nodig had? Zijn we niet op zoek naar dingen die we kunnen vasthouden omdat we anders eenzaam zijn en uit evenwicht geraken? Eenzaamheid ervaren we immers als onprettig. Wat was het? Ik schreef al dat het niet zozeer mijn zin voor avontuur was. Erik L. had niet echt iets avontuurlijks te bieden. Hij bracht ook mijn projecten niets bij. Dat dacht ik toen. Het aanbod was onzichtbaar. Ik respecteerde Erik L. vrijwel onmiddellijk. Was ik verliefd? Ook niet. Ik was nog in staat te zien wie hij werkelijk was en niet zoals ik wou dat hij moest zijn en ik ben ook niet blindelings met hem naar bed gegaan. Er was vertrouwen, er was bescherming.

Moest ik me dan verzetten tegen die kracht die van Erik L. uitging? Waarom? Zijn mensen niet gemaakt om mekaar te ontmoeten en om na verloop van tijd hun onvoorwaardelijke liefde te geven? Dat was echter niet waaraan ik dacht. Het is menselijk dat ik me verheugde op een verdere ontmoeting omdat er in korte tijd iets was gebeurd dat moeilijk te omvatten was en dat zijn oorsprong vond in de banaliteit.

The hurting.

Enkele maanden na onze eerste ontmoeting werd ik door Erik L. verraden. Ontrouw, bedrog was gemakkelijker en ook machtiger dan echte onvoorwaardelijke liefde. Erik L. had een oog op een goeduitziende jonge Mexicaan. Het werd niet zomaar een flirt, er kwamen ook echte gevoelens naar boven. De drift van de voortdurende eenzaamheid. De angst van de eenzaamheid. Het verniel door de eenzaamheid. Ik stond er gewoon naar te kijken. Wat kon ik doen? Ik bleef gewoon kijken naar het gebeuren. Zoiets geschiedt. Zoiets gebeurt. En zal mijn hele latere leven beïnvloeden. Wanneer twee mensen wel praten maar niet met elkaar spreken.

Erik L. flirtte met iemand die er gewoon geil uitzag. Hoe banaal. Dat zegt veel over Erik L., welke waarde hij aan iemand kan toeschrijven en welke niet. En hoe veranderlijk zijn inschattingen wel niet zijn. Er is iets mis met Erik L., iets dat hij niet kan vatten. Erik L. is gedreven door angst.

Erik L. besloot om een tijdje weg te blijven. Twee mensen zijn niet gemaakt om samen te leven. Deze beslissing heeft niet zozeer te maken zijn vrijheid te verliezen dan wel met zijn angst toe te geven aan iets om uit te diepen. Erik L. heeft zichzelf ingegeven dat het onmogelijk is één iemand graag te zien. De gedachte één iemand graag te zien, is een leugen. Het leven biedt geen enkele garantie en een relatie evenmin. We zijn van het begin al eenzaam en eenzaamheid blijft duren. Een heel leven lang. Moet daarom een leugen ons beletten ongelukkig te zijn, een heel leven lang?

De ontmoeting met de goeduitziende Mexicaan is voor Erik L. een gemakkelijke en interessante ontmoeting. De fantasiewereld van Erik L. is vol bloedgeile jongemannen van het Zuiders type. En vermits Erik L. met niemand een vaste relatie aangaat, leeft Eri L. die gefantaseerde wereld in de realiteit. Het is voor hem een welgevallen vlucht. Iets in hem zegt hem weg te gaan van mij omdat hij gelooft dat ik een vaste en onvoorwaardelijke relatie afdwing. Zijn contactvaardigheid laat hem niet in de steek. Erik L. heeft warmte nodig. De goeduitziende Mexicaan is een nieuw iemand die (voorlopig) geen eisen stelt en niets van hem verlangt. Ik verlang wel bepaalde dingen van Erik L. omdat ik al een tijdje met hem optrek, schijnbaar om een vaste relatie aan te gaan, terwijl ik op zoek ben naar avontuur, bescherming en vertrouwen. De goeduitziende Mexicaan is veilig, Erik L. kan liefde en warmte ontvangen in zijn zuiverste vorm zonder iets terug te moeten geven. Ook zijn eenzaamheid lijkt verdwenen maar dat is schijn. Zijn strategie duurt slechts een tijdje want dat koude, dat onverschillige, die angsten blijven en vroeg of laat herinnert de eenzaamheid hem opnieuw aan zijn fataliteit als geboren mens. Bijgevolg is de goeduitziende Mexicaan evenmin een oplossing. Erik L. wil warmte en liefde. En dus mij. Daarom is hij teruggekomen en om dezelfde reden is hij enkele maanden later weer vertrokken. Moet ik me nu beschermen, hem uitsluiten?

Epiloog.

De onrust die over me heerst is ondraaglijk, dominant in heel mijn lijf, pijnlijk en ik verlang naar het einde. Ik staar doelloos doorheen de gesloten ramen naar buiten. Het is er koud en somber. Ik denk na. Wat op straat beweegt, zie ik niet. In mijn ogen ligt een weelde van vraagtekens waarop ik maandenlang het antwoord zoek. Het is allemaal tevergeefs. Woede wil zich niet uiten, ik ben onmachtig.

In het huis aan de overkant, merk ik op, brandt op het hoogste verdiep een blauwe lamp. Heel soms flakkert een fel wit licht op ut het niets en danst heen en weer op de witgekalkte muren om dan weer te verdwijnen en te veranderen in blauwe schemerte. Ik glimlach. Het is de jonge student die TV kijkt. Dit simpel en alledaags tafereel is mij vertrouwelijk, nu de herfstavonden vroeger en vroeger binnen sluipen. Het beeld verzet mijn ideeën, mijn troebele gedachten. Het is goed om te weten dat het alledaagse leven zich gewoon verderzet in ronddansende lichtbundels op de witgekalkte muur van een woning van een student. Ik voel me beter.

Ik zoek evenwicht, zoals in de kamer van de student aan de overkant van de straat waar de beelden van de televisie, geprojecteerd op de witgekalkte muren, het contrast licht en donker in evenwicht trachten te brengen. Evenveel licht als donkerte. Donkerte kan licht brengen met zoals omgekeerd licht donkerte kan brengen. Wanneer ik huil, doof ik alle lichten en lig ik op de grond. Geen geluid, alleen het ritme van mijn snikken. Het is wanneer het donker is dat alle dingen lichter worden. Wanneer ik in stilte de dingen rustiger kan beschouwen. Wanneer ik Erik L. zie flirten met een goeduitziende Mexicaan, is er teveel duidelijk. Er is teveel licht. Het is pas wanneer er teveel licht dat de dingen voor mij somber en donker worden.

Het evenwicht dat ik zoek in mijn leven is iet zo vanzelfsprekend als het contrast licht en donker dat zich projecteert op witgekalkte muren van iemand die ik persoonlijk niet ken. Het vraagt een grote inspanning en ik heb niet altijd die kracht die daarvoor nodig is. Ik verlies voortdurend het evenwicht maar alleen door vallen kan ik weer kracht vinden. Kracht. Betekent dat niet dat ook ik op zoek ben naar die kracht om mijn evenwicht te behouden? Ben ik ook niet op zoek naar “mijn goeduitziende Mexicaan”? En als ik die kracht vind, zal ik dan écht gelukkig zijn? Zal ik niet eerder ongelukkig zijn omdat ik dan perfect gelukkig zal zijn, zo gelukkig dat ik niet meer zal weten wat gelukkig en ongelukkig is? Neen, ik zoek die kracht niet. Ik wil vallen én opstaan. Ik wil fouten maken. Ik wil afgewezen worden. Ik wil worden, niet zijn, niet hebben. Worden. Voortdurend worden. Op elke dag, bij elke ontmoeting. Dat zal me kracht geven.

Ik zoek gewoon evenwicht. Welke andere kracht heb ik daarvoor nodig? Wie of wat kan de motor zijn om mijn evenwicht te houden? Ik moet in staat zijn om te vallen. Ik moet aan mezelf toegeven dat ook ik fouten maak. Fouten maken heeft maar één nut, nl. nooit meer dezelfde fouten te maken. Ik moet mijn beperkingen leren aanvaarden en leren geniaal te zijn in die beperkingen. Die toegeving kan me sterker en evenwichtiger maken en me uiteindelijk verder brengen.

Ik ben verliefd geworden op Erik L. maar zijn visie op de wereld is niet mijn visie op de wereld. Zijn wereld is een stilstaande wereld, de mijne is voortdurend in beweging. Mijn verliefdheid strookt niet met de werkelijkheid. Mijn werkelijkheid en mijn fantasiewereld draaien rond België ooit verlaten, dansen en seks. Ik heb een emotionele band met Erik L. maar alleen wanneer ik hem daarvoor nodig heb. Daartoe dient Erik L. Om te gebruiken wanneer je hem nodig hebt. Ik zou nooit met hem kunnen leven. Erik L. is een leugenaar maar ik weet waarom hij liegt. Daarom zie ik hem ook graag want zijn leugentjes zijn met enkele woorden naar beneden te halen.

Ik kijk hem aan en ik zeg niets. Ik staar voor me uit waar ik hem nu zie zitten. Zoveel mooier en zoveel zuiverder is hij nu. Al wat ik in werkelijkheid bij Erik L. zo verafschuw, is veranderd door naar hem te kijken. Al de jongens die hij najaagt, al de ontrouw die zijn lichaam pleegt en al de pijn die voor mij bedoeld was, is weg. Dit is waar ik wil zijn. Tussen liefde die geen liefde is en erotiek want straks hebben we seks. Tussen angst en verlangen. Angst om me te bezitten want vrijheid is een groot woord en er lopen een heel leven lang mooie jongens rond. Verlangen om me te hebben. Ik kan voor Erik L. geen liefde voelen. Ik ben uitgeput en leeg van hem lief te hebben. Ik kijk naar hem op een manier waarop ik mijn leven aanschouw en zoals ik hoop dat het ooit zal zijn : met een vriend die ik graag zie en met wie ik elke dag leef in vertrouwen en in liefde. Met Erik L. wil ik dit niet. Ik wil alleen maar naar Erik L. kijken. En wat ik dan zie, weet ik dat dat nooit van mij zal zijn. En daar vind ik rust in. Omdat ik het niet wil, omdat Erik L. pijn doet. The thrill and the hurting.

Het leven biedt geen enkele garantie, een relatie evenmin. Deze gedachte is een leugen. Maar het zou kunnen, het kan.. Erik L. gaat voorbij, het beeld vervaagt. De droom is gedroomd, de leugen is gelogen. Ga nu maar weg Erik L., just make it go away…

Partager cet article

Repost 0

Commenter cet article