Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
Erwin schrijft

Erwin schrijft

Verhalen in een notendop, confessies uit de boudoir, curiositeiten, statements, woede en liefde.

Brussel sterft

 

 

 

Onlangs werd mijn vriend Mark geïnterviewd door Bruxsel TV, de echte Brusselse regionale zender die de belevenissen en bekommernissen van de Brusselaar in de kijker zet. De vraag was : waar ziet u zich in Brussel over twintig jaar.

 

Mijn vriend Mark, rasechte Brusselaar, is vandaag 47 jaar. De tijd van de reportage is hij 67 jaar.

 

“Brussel is een stad die niemand kan evenaren. Brusselaars weten dat. En Brusselaars beleven dat iedere dag, al die jaren lang. Vlamingen en Walen komen en gaan, daar gaan we niet bij stilstaan. Op hen moet je niet rekenen. De Brusselaars zullen blijven en lachen, zoals we dat vandaag al doen met de pendelaars : zie ze elke ochtend uitgespuwd worden in de stations om, hooguit acht uur later, dezelfde pendelaars zien rennen naar diezelfde stations om hun huisje-tuintje ervaring te beleven. Mij niet gelaten, elk zijn goesting, maar laat mij dan ook gerust. En kom uw wetten hier niet stellen. Als ik 67 jaar ben, hoop ik dat ik zo’n typische zwanzer zal blijven, met pinten en sigaretten.”

 

“Maar het gaat niet goed met Brussel. Vlaanderen wil Brussel niet loslaten, ze proberen er hun geitenwollensokkenpolitiek als Brusselse authenticiteit te implementeren, andere Vlamingen willen Brussel houden;  de Franstaligen zijn zo vol van hun Lingua Franca dat ze zelf geen gehoor meer hebben naar de eigenheid van Brussel. Wordt er naar de mening van de Brusselaars gevraagd? Daar heeft u geen antwoord op hè. Wel, ik wel : neen”.

 

De reporter herhaalt haar vraag : “Hoe ziet uw Brussel er dan uit wanneer u 67 zal zijn, of, als ik mijn vraag anders stel : hoe zal u Brussel dan beleven?”

 

Mark lacht, nipt van zijn bier en steekt opnieuw een sigaret op (we zijn in de zovele Brusselse cafés waar er nog wordt gerookt).

 

“Madammeke, kijk eens rond u : ge moogt nie meer dit, ge moogt nie meer da. Ge moogt nie meer roken op café en als het van de politiek afhangt, zullen onze cafés om middernacht sluiten. Dat is Brussel niet meer. Brussel bruist niet meer, Brussel is een twistappel geworden tussen Vlaanderen en Wallonië.”

 

“Ik ben vandaag 47, binnen twintig jaar ben ik 67. Als ik zie hoe de jongeren van vandaag liever op straat hangen dan op café, dat voor hun sms’en en facebooken – in groep dan nog wel – belangrijker is dan proberen de wereld te veranderen in één of ander café, dan zie ik het niet zitten. Ga eens naar de Grote Markt en ga eens naar de cafés  rond de Grote Markt. Op de Grote Markt zitten de jongeren met fleskes wijn en alcohol op de grond, in de cafés rond de Grote Markt heb je mensen over de 40 jaar. Moet ik er nog een tekening bij maken? Toen ik 17, zelfs 18 was, zat ik op café. Ik had contact met mensen, ik maakte er ECHTE vrienden, ik dronk er jenever, ik kon nog zat zijn. En ik had nog een stamcafé. Ik had misschien veel cafévrienden maar ik had er vrienden, mensen die geïnteresseerd waren in wat ik deed. Vandaag, als die jongeren dan toch een stapje wagen in één of ander café, ten eerste zijn ze al overzat, maar meer nog, ze hebben niks te zeggen, geen belevenis, geen avontuur.. en altijd grijpen naar hun gsm. Kan ik nog duidelijker zijn?”

 

“Het ergste zal zijn voor de so called homo horeca. Komt daar vandaag iemand van 67 jaar binnen, wordt er kritiek geleverd, staat die alleen of is het een wandelende open portefeuille. Toen ik 17 was, waren mensen van 67 jaar mijn vrienden. De homo horeca, pff, laat me niet lachen. Pas op, dat heeft zijn nut gehad, er moest een politiek statement gemaakt worden. Maar nu? Please… vandaar dat ik ervan overtuigd ben dat die homo horeca totaal geen toekomst heeft. En ook hier moet ik geen tekening maken, toch?”

 

“En waar vinden we u dan op u 67ste?” vraagt de journaliste?

 

“Kind, ik mag hopen, niet alleen die Brusselse zwanzer gebleven te zijn, maar ik zou graag opnieuw een stamcafé hebben, met mijn pintje, met mijn sigaret en een beetje volk rond mij. Is dat veel gevraagd? Ik weet dat ik niet op de 17/20-jarigen van vandaag moet rekenen. Maar kom me nog eens opzoeken over twintig jaar. En we zullen zien hoe Brussel gedesinfecteerd zal zijn van de brusselitude die de Vlamingen en de Walen zo misprijzen. Of kom naar ons thuis. Want als Brussel zo verder gaat, dan is het café gewoon thuis. Brussel vandaag focust op toeristen. Ja, en dan ? Al die chocoladewinkels rond de Grote Markt, wil j eens goed ziek zijn, ga eten in de Beenhouwersstraat. Nogmaals : moet ik er nu echt een tekening bij maken”.

 

Amai, dat was nogal een interview….

Partager cet article

Repost 0

Commenter cet article