Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
Erwin schrijft

Erwin schrijft

Verhalen in een notendop, confessies uit de boudoir, curiositeiten, statements, woede en liefde.

Brussel verlaten

« Il y a de quoi commencer un scénario ». Bij het afscheid nemen van mijn vrienden komt Christine naar me toe met in handen een leeg schrift en deze aanhef op de eerste witte bladzijde. Om nooit meer iets te vergeten, om het gewoon uit het geheugen te laten glijden. Met eerder banale beleefdheid neem ik mijn geschenk aan. Christine verdwijnt in de menigte. In mijn handen, letterlijk, een te vullen leven. het scenario dat Christine waarschijnlijk al voor me uitgedacht heeft, begint morgen, maar ik draag het tenslotte zelf.

 

            Na het feest, de stilte. Ik lig alleen op mijn bed in het laatste nachtlicht van Brussel. Het schriftje ligt op mijn getrainde buik. Brussel glijdt weg en de nachten in Het Rijk der Zinnen zullen nooit meer zijn. Hoe laat is het, bijna ochtend. Hier mijmer ik alleen, hier zit ik tussen gisteren, een leven, en morgen, een ander leven, niet weten wie ik morgen in Parijs zal zijn, wie ik zal ontmoeten, wat ik zal worden en wat ik er zal doen. In het beetje zonlicht dat over Brussel streelt, begin ik aan het scenario van Christine. Après tout, il y a de quoi commencer un scénario.

 

            Ik verlaat Brussel. Voorgoed misschien. Brussel mijn stad, mijn hart, mijn alles, mijn Brussel. De stad die nooit genoeg van zichzelf geeft omdat ze niet echt een wereldstad is maar zich toch wel zo voordoet. Brussel kan me niet meer vasthouden in haar middeleeuwse vestigingen die in stukken en brokken om het centrum staan en waarop de muren een deel van mezelf is geschreven. Brussel kan me niet weerhouden ontrouw te plegen met Parijs omdat ze iets van een provinciestad heeft waar met de laatste tram alle leven van de straten wordt geveegd.

            Brussel ken ik ’s avonds en ’s nachts. Heel zelden heeft ze me ’s morgens uitgenodigd op een wandeling en me getrakteerd op haar befaamde koffiekoeken. De zeldzame keren dat ze dat toch deed, gaf haar een ander gelaat waar haar kinderen triestig door haar straten lopen op weg naar commerciële kelders, administratieve bunkers en plaatsen waar ik liever niet ben.

 

            Mijn wieg heeft hier gestaan en op ons samenlevingscontract staat naast “Geboorteplaats/place of birth” haar naam trots te pronken. Stad vol contrasten en tegenstellingen waar niets samenhangt; en toch, in dit Babylon van lelijkheid, vind een mens nog zijn geluk. Ze begrijpt niet goed wat buiten de grenzen van haar vader, het verscheurde België gebeurt. Over haar hele lichaam wordt ze gepenetreerd, gefolterd en bemint. Door haar eigen mensen wordt ze verminkt, verworpen en begeerd. Ze lacht met haar bezoekers, ze is soms agressief met wat ze niet kent maar ze verstoot niet. Ze is niet de wereld maar staat op het kruispunt ervan. Alle tijdperken leven er in haar eigen geschiedenis naast elkaar, zoals het Nederlands naast het Frans leeft. Geperst tussen enkele treinstations wandel je door haar ziel op amper een half uur.

 

            Brussel zal ik niet vergeten en meer dan alle Vlamingen en Walen samen ben ik haar kind, haar toevertrouwen, ik ben de Brusselaar, haar Brusselaar. Moeder Brussel, vader België.

 

            In alle stilte brengt ze me naar de nachttrein, verdrietig, wetende dat ze me niet kan vasthouden. Zal ik ze ooit nog terugzien, haar opnieuw omhelsen in mijn armen, haar opnieuw opnemen in mijn lichaam dat geperverteerd zal zijn door Parijs? Zal ze me kunnen vergeven en vooral, zal ze me opnieuw willen opsluiten en zal ik haar kunnen troosten? Zal ik haar terug kunnen ophemelen, haar opnieuw op de kaart kunnen brengen? Zal ik gewoonweg nog iets voor haar kunnen doen?

 

            Mijn liefste, je bent te klein geworden voor mij. Ik heb alles en iedereen gezien, alles en iedereen beleefd. Al wat je me gegeven hebt, is niet genoeg meer voor me. Ik moet vertrekken.

 

            In de trein is het donker. In de stilte hoor je gefluister over weggaan, over terugkeren, over weggaan en terugkeren. De reis is berekend op vijf uren rijden en twee keer stoppen. De tijd om een leven te sluiten en een ander te openen. Al wat ik bezit steekt in één enkele koffer. Wat ik echt bezit, mijn lichaam, mijn onschuld, mijn angst voor het onbekende en mijn nieuwsgierigheid.

 

            Het landschap van lege perrons beweegt. Ik vertrek. Mijn reis begint hier. In het schriftje van Christine staat dit alvast geschreven. Ik ben moe. Doodmoe. Dag Brussel, dag mijn Brussel...

Partager cet article

Repost 0

Commenter cet article